Column Beritos.

August 27th, 2010

Fel licht.

Het was 17.30 uur toen ik vertrok met de bestelwagen richting België. De levering bij een firma in Frankrijk was goed volbracht én ze hadden een cheque ter waarde van 8600 euro overhandigd die ik moest afgeven aan de financieel verantwoordelijke van het bedrijf waar ik loontrekkende ben. De firma in Frankrijk lag net over de grens, Haezebrouck, een uur en dertig minuten rijden op gewone snelheid. Voor mij betekende gewone snelheid 120 op de autostrade en 70 of ietsjes meer op andere wegen. Met die boetes tegenwoordig. Toch moet ik toegeven dat ik sinds de opgedreven snelheidscontroles meer op mijn hoede ben. Doe je dat niet, heb je binnen de kortste tijd geen geld meer op je spaarrekening en dat is niet de bedoeling. Die dag was het niet mijn beste dag van de week. Een onnozelaar op mijn werk had weer eens zijn willetje willen doordrijven en mij voor zijn karretje gespannen om op een goed blaadje te komen bij de grote baas. Zoiets kan ik niet uitstaan, een omhooggevallen verkopertje dat dacht evangelie te verkondigen en alles naar zijn hand probeerde te zetten. Van zoiets kreeg ik alle kwalen die een normaal mens maar kon krijgen. Aangezien het de laatste tijd veelvuldig voorkwam met die man, kon ik het euvel vlugger uit mijn hoofd verbannen dan vroeger. Dus bestuurde ik de bestelwagen als een goede huisvader en respecteerde ik de verkeersregels als geen ander. Op de gewestwegen en in de bebouwde kom paste ik mijn snelheid aan, dit tot grote ergernis van de andere gehaaste bestuurders. Daar trok ik mij geen fluit van aan en zette de radio harder, dit omdat er net een van mijn lievelingsgroepen te horen was: Metallica. Het liedje dat te horen was, “Don’t tread on me”, is van het kaliber waarbij je het volume harder dan normaal dient te draaien. Zo komt alles beter tot zijn recht. Ik had juist de autostrade A17 opgereden en zo kon ik aan een kruissnelheid van 120 verder naar het liedje luisteren zonder gestoord te worden. Vrachtwagens kon ik zonder veel problemen voorbijsteken waarna ik heel voorzichtig terug invoegde. Dit was niet gerekend op het kleine autootje dat achter mij aanbolde en vervaarlijk met zijn grote lichten flikkerde. Ik keek eens glimlachend in mijn achteruitkijkspiegel en zag de bestuurder ontkennend zijn hoofd heen en weer schudden. Voor geen geld ter wereld wilde ik de vrachtwagen sneller voorbijsteken, het was mijn laatste rit en ik had alle tijd. Wanneer ik de vrachtwagen voorbij was en terug invoegde, kwam het kleine wagentje naast mij rijden en zag ik de copiloot spottend zijn wijsvinger naar zijn slaap brengen. Zo van: hé, oud ventje, kan jij wel met de wagen rijden? Het liedje van Metallica naderde z’n hoogtepunt en ik draaide het volume nog iets harder. Daaraan gekoppeld hoorde ik het geluid van mijn gsm. Men mocht wel niet bellen en rijden tegelijk, maar op zulke momenten denk je nergens anders aan. Ik nam op en het bleek die onnozelaar van het werk te zijn. Hij vroeg op zijn toontje hoever ik stond met de leveringen. Mijn onderbewustzijn haalde het voorval met hem weer voor ogen en op een venijnig wijze zei ik hem dat de wereld niet zou vergaan als ik ergens niet op tijd kon zijn. Daarmee was het gesprek afgelopen en begon ik te koken als een oververhitte frietketel. Ten eerste had de onnozelaar mij gestoord tijdens mijn lievelingsmuziek, ten tweede had net een blaaskaak met een opgedreven klein wagentje en een belachelijke pet op z’n kop mij een lelijk gebaar gemaakt, en ten derde, en dat was het ergste, bleef die blaaskaak maar naast mij rijden. Het slechte in mij nam ongeziene proporties aan en ik zon op wraak. Daar ik deze autostrade zeer goed kende en wist waar de politie zich steeds opstelde om snelrijders te snappen, drukte ik de gaspedaal in en opende mijn bestelwagen zijn longen als nooit tevoren. Het geluk stond aan mijn zijde, een gans konvooi vrachtwagens reed voor mij. Ik haalde die in met een snelheid van 160 op het tweede vak. Een derde vak was er niet zodat het kleine wagentje verplicht aan mijn bumper bleef kleven. Net voor de brug waar de politie veelal opgesteld stond, vervoegde ik het eerste vak en drukte hard op de rem. Ik hoopte van harte dat de politie mijn vriend was en op post stond. De kleine blaaskaak stak mij voorbij met veel bravoure en een snelheid die ver boven de 160 lag. Mijn teller duidde beleefd 120 aan en met een grijns keek ik uit naar het moment dat het kleine autootje de brug zou uitrijden. Toen het zover was, zag ik een fel licht de achterkant van het wagentje sieren. Ik was een gelukkig man. De volumeknop draaide ik terug naar normaal, “Ima gine” van John Lennon zalfde mijn trommelvliezen. Gerechtigheid bestaat nog, dacht ik.

 

thumbnail

Honden en hun baasjes…

August 25th, 2010

Boekentip!

August 9th, 2010

Bokrijk…

August 7th, 2010

Spelletjes…

August 4th, 2010

Moeder Julma 90 jaar!

July 5th, 2010

Mijn petekind.

July 5th, 2010

Ballonvaart Valerie…

June 26th, 2010

Koester Kunst 2010

June 15th, 2010

Bedankt!

June 3rd, 2010